René Gabriel
87: Vatproeverij (19/20): fruitige, klassieke neus die maar net boven het oppervlak uitsteekt. Vol tannine dat jaren nodig zal hebben om zacht te worden. Op het niveau van Lafite en Mouton. In 1991 dronk ik hem tijdens een Californië/Bordeaux-blindproeverij met Robert Mondavi. In zo’n vreselijke hobbelige fase dat hij van de zes geproefde wijnen als laatste eindigde: kruidige neus en zeer eruptief. Ook in 1995 was er nog niet veel aan de hand en dus een geval voor oenologische waarzeggers: nog steeds een ontoegankelijke, onstuimige wijn die zich steeds meer ontwikkelt tot een absolute Cabernet-klassieker. Blind zou je hem zo verwarren met een Heitz Martha’s Vineyard – uit een groot jaar – vanzelfsprekend. 98: Straalt een enorm reductief potentieel uit; zelfs na een uur was het bouquet nog volledig gesloten, jodium, rubberaroma’s (band), pas dan langzaam iets zoeter wordend, altijd aan de terroirkant. In de mond massieve tannines, Heitz-, Cabernet-aroma’s. Wie hem nu opent, zal deze wijn als nauwelijks drinkbaar beoordelen, hoewel er een potentieel achter sluimert dat zich pas over een paar decennia zal ontvouwen. 01: Quo Vadis – mijn lieve Margaux 1986. Jij, gekoesterd en door alle proevers hooggeprezen en ondanks je arrogante geslotenheid nog steeds met topcijfers beoordeeld!? Zelden heb ik bij een op zichzelf grote, bijna legendarische wijn zoveel vraagtekens op één blad genoteerd: de diepgaande, bijna truffelige neus toont oxidatieve tonen, sojasaus en hints van Madeira en Málaga? In het neusbeeld toont zich vluchtige zuren, wat hem een vruchtazijn-toon verleent? In de mond mist men de nobele, fijne tannines van een Premier Grand Cru Classé en krijgt men met één slok een brute, zanderige tanninelading te verwerken? De zuren zijn, in plaats van rijp en geïntegreerd, los, drentelen naast het extract en tonen metalen contouren? Zoekt men bij een grote wijn naar harmonie, dan vindt men hier een massieve power-winepuzzel, waarvan de stukken simpelweg niet in elkaar willen passen. En de wijn kost vandaag, zestien jaar nadat hij zijn eerste grootsheid had moeten tonen, een klein fortuin. Kopen kan men hem nog, dat is zeker. Maar genieten? Deze regels noteerde ik nadat ik net de 1985 Margaux had uitgedronken. Na de gelukkige emoties van de voorganger volgden nu deze nuchtere vraagtekens bij een wijn die ofwel ooit nog geniaal wordt, of zoals vele ooit hooggeprezen ’75-ers in zijn eigen verouderingspotentieel zal verstarren zonder ooit een werkelijk geloofwaardig genotspotentieel te hebben overgebracht? Wie hem in de kelder heeft, kan nu op basis van deze tekst hopen of verkopen. Wie hem niet bezit, moet zich houden aan goedkopere en ontegenzeggelijk grotere Margaux (zoals 1985 en 1988)! Het zou oneerlijk zijn hem vanwege zo’n onzekere toekomst op het erepodium te laten staan en daarom trek ik mijn waardering duidelijk terug. 02: Bij de semestertest in een serie met de Margaux 1990 en 1983 geproefd: hij was simpelweg “bagger”, bosachtig, met onrijpe, eruptieve tannines en een totaalaroma dat nooit past bij een echt grote Bordeaux. Wie hem heeft, moet langzaam aan verkopen denken. Wie hem niet heeft, aan niet-kopen! 03: Om hem nog een kans te geven, opende ik een halve fles en volgde die vier uur lang. In plaats van open te gaan, begon hij sluipend te oxideren en werd steeds blikkeriger. Na 12 uur weer geproefd, de volgende dag nog eens en om heel zeker te zijn, na twee dagen nogmaals geprobeerd. Het komt me steeds meer voor als een te grote steak die meer spieren dan vlees heeft. En een week later toevallig bij een magnumproeverij in een serie van vier. Zijn rivalen: 1982 Gruaud-Larose (19/20), 1982 Léoville-Las Cases (20/20) en 1986 Latour (19/20). De Margaux kon in het bouquet nog zeer bekoren, maar in de mond waren er aftrekken voor drie negatieve elementen. Ten eerste: een over het extract dominerende zuurgraad. Ten tweede: metalen tonen in het extract. Ten derde: ruwe, ongeslepen, bijna hoekig aandoende tannines. De wijn heeft te weinig vet om dit in verdere flesontwikkeling allemaal te compenseren. Ik blijf dus pessimistisch: 16/20. 06: Donker paars, robijnrode maar ook oranje rand. Kruidig, kelderachtig bouquet, toont zich droog, daarachter roze peper en rode bessen, een zekere Zinfandel-affiniteit tonend, omdat bij de rode bessen ook zacht confiture-achtige nuances verschijnen. Stoffige mond, nog steeds markante zuren die het hele lichaam domineren, gespierd, licht capsulair in de finale. Nog veel potentieel, maar of dit ooit echt een mooie, klassieke Margaux wordt is twijfelachtig. Een beetje masochisme zit er in ieder geval bij. Wie deze wijn tegen de actuele marktprijs koopt, zal hier echter zeer teleurgesteld zijn. 07: Vol, donker paars met oranje en bruinachtige reflexen. Vlezig bouquet, gedroogde eekhoorntjesbrood, gedroogde pruimen, laurier, teer maar ook oxidatieve tonen eronder. In de mond met massieve, onaffe tannines die de wijn een te dominante hardheid geven, nog extreem veel zuur en tannine, komt brutaal over. Na zoveel jaren flesrijping zou deze hoog verhandelde wijn nu eindelijk moeten tonen dat hij ook plezier kan geven achter zijn arrogante grootsheid. Ik hoor bij de pessimisten! 10: Lieve Margaux 1986, bij mij heb je al jaren je gunst verloren. Ondanks hoge Parker-punten. Ik trek hem alleen nog open als hij op de een of andere manier in een proefthema past. De neus ruikt naar Brunello, even kruidig als kurkdroog. En in de mond is het een polariserende rugbywedstrijd van brute zuren, metalen componenten en koppige, hoekige tannines die de tong letterlijk openkrassen als een Denise Bielmann-pirouette beneden op de ijsbaan (16/20, voorbij). Het meeste genot valt hier te halen door hem op een veiling te verkopen. 11: Ik kreeg hem blind bij Lucien en Kaspar had hem uit de kelder gehaald. Hij geurde als een oude Brunello, de kruiden erin waren mooi. In de mond stroef, veel zuur en tannine. Lijkt nog steeds geblokkeerd en doet denken aan een paar nooit rijpende ’28-ers en ’45-ers. Een borrel in de kelder met Bärti. Ruikt als een vers opengescheurde zak hoorntjeszwammen en naar aceto-balsamico. In de mond streng, zanderig en met capsulair-metallische restastringentie. De hoop sterft weliswaar als laatste. Maar nu is deze Margaux 1986 helaas uit beeld. (14/20). 16: Nog zeer donker. De neus ligt tussen «moeilijk tot fascinerend». Jodium, brakwater-sporen, een vleug oxidatie en dan weer verse kruiden tonend. In de mond nog steeds jongensachtig met een moorddadige adstringentie door zijn ranselende, barokke tannines. Het potentieel is enorm, het plezier ingehouden. Polariserende wijn. 18/20 ??? 16: Magnum. Extreem donker, nog steeds veel paarse reflecties in het midden tonend. Het bouquet is op een of andere manier schizofreen. Er balanceren tonen die aan een Amarone doen denken, dan zijn er nuances van een oud-wijn-toon die aan Málaga doet denken. Dan klimt er een compotige vier-vruchtenjam op het neustoneel en alles wordt aangevuld met een haast boterig, lactisch aandoende toon. In tweede aanzet; mineraliteit in de vorm van jodium- en turfcontouren. In de mond als een groot onvoltooid betonnen gebouw zonder muren. De tannines zijn onvoltooid, brutaal en de wijn heeft zich in al die jaren totaal niet ontwikkeld. Zo rijst na 30 jaar de vraag of er überhaupt nog een toekomst is voor deze te bevragen Margaux? Ik sta al lang kritisch tegenover deze wijn en heb halve en normale flessen meegemaakt die evenveel onverteerde tannines vertoonden, maar al op het oxidatietrip zaten. Het potentieel ligt op 20/20. Het plezier blijft binnen zeer laag aangelegde grenzen. Is hij al weg? Of komt hij helemaal nooit??? 17/20? drinken? 17: Vol, donker granaat, nog steeds met een paarse glans aan de rand. De neus oogt fris, toont veel netgehakte bessen, was-tonen, dennennuances en wilde rozemarijn, oogt diep en gebald, maar ook op de een of andere manier terughoudend. In tweede aanzet mouttonen, kokos, een ongelooflijke kruidenstoet brengend, truffel in de onderlaag en donker edelhout. Na 10 minuten mentholschijn en kamfer. Zoals veel van de grote 1986-ers oogt hij ongelooflijk veel jonger dan de 30 jaar die hij op de teller heeft. In de mond extreem vlezig, een gebundeld, nog hard aanvoelend Médoc-pakket, de tannines zijn brutaal toehappend en vechten masochistisch op de tong. Er zijn aanzienlijk meer tannines dan dat hij met welke finesse dan ook kan compenseren. Eerlijkheidshalve moet ik ook toegeven dat hij vroeger als tannineklomp tegelijk duidelijk oxidatief was en dat is – althans bij deze fles – vandaag niet het geval. Het potentieel is voor over-overmorgen. Zelfs als geoefend wijnwaarzegger word je er niet wijs uit. Ook na drie decennia is hij nog steeds onmogelijk in te schatten. Geef ik nu punten voor potentieel? Dan zit ik op 20/20. Voor de rest heb ik het erg moeilijk. Mijn kritiek gaat in de richting van uitdrogende tendens. Zal hij in zijn eigen tannines stikken? (18/20). 18: Hugo Mathis nam deze wijn mee voor de lunch. Toen we hem voor het eerst in het glas hadden, was hij drie uur gekarafeerd. De neusaroma’s zijn groot. Zonder twijfel. In de mond is hij eigenlijk nog groter. Qua tannines hoort hij niet in een karaf, maar in het Guinness Book of Records! Nog ver weg van een mogelijke drinkrijpheid.