René Gabriel
97: Vatmonster (17/20): zoet, pruimig bouquet, verleidelijk en al behoorlijk spontaan, met een subtiele toasttoets eronder. Sappige smaak, fijngebouwd, bijna dansend in zijn finesse, edele houtsoorten in de finale. 99: Weids, veelgelaagd bouquet, rijp fruit, geur van edelhout, een vleugje citroenmelisse, Bourgondische volheid. Sappige, fluwelige smaak, zachte tannines die over de tong rollen, pruimtonen en vanille in de finale, vrouwelijke Graves-elegantie (17/20). 03: Middelgranaat, een vleugje eerste rijpeschijn, sterk oplichtende, nog robijnrode rand. Prachtig kruidenbouquet, diepgaand met de klassieke Haut-Bailly-toon, drop, truffel en gedroogde pruimen. Stevige, dichte smaak, vlezig postuur, nog steeds een naar rijping verlangende wrangheid; in de finale een tabakachtige Cabernet-kruidentoon, lange afdronk, heeft nog verdere flesrijping nodig. Als hij de juiste weg inslaat, kan hij nog een punt winnen. (17/20). 08: Hoe prent je een wijn het best in je geheugen? Door hem 3 uur lang te drinken. Dat heeft in dit geval niets te maken met nobele terughoudendheid of met een nog onbekend Bordeaux-dieet, maar met de behoorlijk adequate hoeveelheid van deze late beschrijving van de 1996 Haut-Bailly die op 24 april op de boerderij van Bürgi beschikbaar was. Nadat het al met bakken 1998 Taittinger Comtes de Champagne had “geregend” en daarna, bij een stevig kreeftensoepje, 2000 Meursault Comtes-Lafon royaal in iets kleinere glazen was geschonken, was er “genoeg” Haut-Bailly 1996 in het heel grote glas. Precies twee Imperials lang. Zo’n echt krappe businesslunch voor 23 personen! Maar wie weet wie er schuilgaat achter de initialen van de gastheer “H. H.”, vermoedde terecht dat er daarna ook nog op de een of andere manier Yquem (1999, dubbele magnum) en/of een kist 1994 Rauzan-Ségla moest komen. Laatstgenoemde in zulke wolken van Havana-rook dat de lokale brandweer van Euthal bijna voor een speciale inzet werd opgeroepen. Dan nu naar de hoofdrolspeler: donker granaat, nog geen rijpetoetsen. Zeer kruidig, eerder slank ogend Cabernet Sauvignon-bouquet, eerst met een licht groen tintje, daarna ceder, tabak, zwarte peperkorrels en eerste terroirreflecties, met daarachter aanwezige maar tegelijk ingetogen vrucht. In de mond fijn, ook eerder slank, met fijne spieren waar zuur en tannine zich omheen wikkelen, eerst met een zekere capsuletoets op de tong, maar een vrij lange finale. Dat was de proefnotitie vóór het eten. Maar wanneer er een groot diner in het spel komt, wordt een Bordeaux pas echt Bordeaux. Met imperial-bonus: 18/20. 11: Een magnum bij een lunch op Haut-Bailly met Veronique Sanders. Heerlijke terroirgeur, krenten en leer, rokerige tonen. In de mond stevig, goede spieren en precies zoveel vlees als een grote Léognan nodig heeft. Ontwikkelt zich steeds meer tot een grote klassieker die in het begin – niet alleen door mij – werd onderschat. (18/20). 13: Heerlijk, rijp parfum, terroir, wat lavas, koude braadjus, ceder. Twee uur karafferen. (18/20). 21: Middelgranaat met oplichtende rijperand. Het neusbeeld is zeer aards, toont turfachtige tonen en gebruikt leer. Hij oogt overeenkomstig droog in de aanzet, hoewel je in de neus ook sporen van rozijnen vindt. In tweede instantie gedroogde keukenkruiden en een nuance van bruine Peru-balsem. In de mond sterk samentrekkend. Dit omdat het de massieve, onontwikkelde tannines vlak na het ontkurken juist aan charme ontbreekt. Eigenlijk een behoorlijk brute wijn met verder potentieel. ’s Avonds was ik bij het tweede contact van “Saulus tot Paulus”. Als bij wonder zette hij een droomprestatie neer. Hij behield zijn karakter, maar verfijnde zich en toonde een prachtige balans. Bordeaux-wijnen uit die tijd moet je blijkbaar beslist karafferen. Anders beleef je maar de helft. (18/20).