René Gabriel
04: Vatmonster: 76% Cabernet Sauvignon, 14% Merlot, 8% Cabernet Franc, 2% Petit Verdot. 94% nieuw hout, 28 hl/ha, productie ca. 240.000 flessen: Dik, zwaar bouquet; pruimtoets, zwarte bessen, chocolade, een vleugje gedroogde tijm, weinig primaire aroma’s, alles ligt als lood in het lagere waarnemingsbereik, alleen een volle zoetheid is aanwezig en geeft het neusbeeld een Rubens-achtige zoetheid. In de mond weer dik en compote-achtig, daaronder een enorme ras tonend, kastanje, koffie, zwarte olijven, After Eight in de afdronk, die nootachtig overkomt, met pralines en gedroogd fruit. Een warme, zelfs hete Mouton met dramatische concentratie en gigantisch rijpingspotentieel. Ondanks zijn zwaarte opereert deze wijn op zeer hoog niveau, volledig harmonieus in zijn constellatie en een mix tussen 1995 en 1959. Deze olifanten-Mouton ligt heel dicht bij 20/20 punten. 06: Gepresenteerd in Duitsland tijdens de baaitour en in Wenen voor Wein & Co. in de Coburg: Extreem donker granaat met zwarte reflecties. Het bouquet is vet, een oversized Pomerol, toont zoet, jammy, bijna likeurachtig cassis, veel bramen, black-currant en een romige volheid, al in de neus een bombastische orgie die aan de Mouton ’59 doet denken. In de mond Cabernet-zoetheid als een oenologisch dessert, zo zoet, zo chocoladeachtig, bestrooid met tonen van geroosterde amandel, mondvullend en toch elegant blijvend, in de finale zwart fruit met een heerlijke, geparfumeerde kokosnoot-toets, in de nadronk reserves voor wel 40 jaar tonend. Kan uitgroeien tot een wijn van de eeuw! 08: Middeldicht granaat, robijnrode rand. Edel houtbouquet, klassieke terroirtonen, rook, suède-noten, drop en zelfs truffel. In de mond aan de buitenkant vrij dik, binnenin vlezig met beet, veel tannine als ruggesteun, een zeer kelderwaardige, geduldige wijn. Perfect. Nu dicht bij het veronderstelde niveau van een eigenzinnige wijn van de eeuw (19/20). 10: Een Pauillac-dessert van een bijzondere klasse. Hij zal nooit typisch worden. Dus noch Mouton, noch Pauillac, noch Médoc, noch Bordeaux. Maar als je een slok neemt, bij voorkeur uit een Bourgogneglas, kan het de liefhebber niets schelen. 11: We komen telkens samen om te kaarten. Iedereen neemt «wat wijn» mee. Omdat het kaarten telkens om 15.00 uur begint en pas na het diner eindigt, nemen we behoorlijk veel «wat wijn» mee. Het kan ook gebeuren dat een wijn kurk heeft. Zoals laatst, toen ik de meest intense kurk van mijn leven rook. Een soort 20-punten-kurk. Eentje die je al van een halve meter kon ruiken. Zonder dat je hem naar je neus hoefde te brengen. Maar als je hem toch onder je neusgaten hield en vervolgens de uitstotende chagrijnige geur krachtig optrok, dan gruwde je zo erg dat beide hersenhelften samentrokken en bijna een braakneiging optrad. Een fouttoon die je misschien wel in het Guinness-boek had kunnen zetten. Wat een klote-mega-kurk! Wat een brute, gemene etter! Een brute schoelje! Als deze fouttoon een mens was geweest, had je hem misschien voor het Europees Hof kunnen slepen en aanklagen. Voor het eerst was ik zo kwaad dat ik de fles een schop onder zijn kont had kunnen geven, als er achterop maar een kont had gezeten. Dus moest ik in het hatelijke smoel van deze anti-genotse veroorzaker kijken, respectievelijk naar het etiket. Daar stond het jaartal 2003 en daarboven, in goudzwarte, zwierige letters: Château Mouton-Rothschild. Ik denk dat u mijn kurk-woede nu beter kunt begrijpen. 11: Aan de lunchtafel in Bordeaux met de zeer jonge Pétrus-eigenaar Jean Moueix (geboren 1985!). Peperige neus, een droge zoetheid, eerste ledertonen, krenten. Compact met een pittige ras van binnen. Sluit zich momenteel eerder weer. (19/20). 11: De Grange ’88 had kurk. Wat een ellende. We zaten al midden in het diner en de laatste wijn ging precies tot het einde mee. Qua hoeveelheid een perfecte precisielanding. De 2003 Mouton-Rothschild dronk ik voor het laatst een maand geleden bij een lunch met de jonge Pétrus-eigenaar Jean Moueix in Bordeaux. Maar ik vergeleek hem niet met die ervaring, ik haalde liever de indrukken van de Cos van hetzelfde jaar uit mijn geheugen. Welke is mogelijk groter. Of moet je eerst – om psychologische redenen – de prijs in de weegschaal leggen? Of moet je gewoon nog 10 of zelfs 20 jaar wachten om de vergelijking goed te kunnen maken. De basisaroma’s zijn bij beide vergelijkbaar. Gedroogd-fruitig, pruimig, diepgaand met een massieve concentratie. Momenteel heeft de Cos bij mij nog een klein bonuspuntje meer. Per slot van rekening is de Mouton toch eerder een Bordeaux dan de Cos – opnieuw met verwijzing naar het jaar 2003. (19/20). 12: Middel-donker granaat. Extreem zoet, veel karamel, geroosterde amandelen, een opulente neusvulling, die nog extra ondersteund wordt door lactische tendensen, kaneel op zoete gries, wat zijn cereale toets toont. Nooit was een Mouton nasaal zo opulent, zelfs de 1982er niet in zijn jeugd. De extreem volle tendens is ook op het gehemelte alomtegenwoordig, en toch slaagt dit zachte Pauillac-monster erin de balans te vinden. Iets voor de narcoticabrigade, want je raakt hier bijna in een transcendent genot. Deze magnum toonde aan dat we hier al snel met een 20/20 te maken hebben. Maar hij maakt geen kans een klassieker te worden, tenzij men de Mouton 1947 ook als klassieker beschouwt. Een aanwezige booteigenaar raakte bij deze magnum in licht vloekende vervoering: «De huere Wy isch so affegeil – s’Bescht wo’s bis jetz gäh het!» (19/20). 13: Bloedrood, volle kern. Het bouquet begint, zoals een grote jonge Mouton nu eenmaal begint, met glutamaat, bouillon en veel cassis en rijpe pruimen, alleen zijn hier door de grote hitte ook rozijnen aanwezig en loopt de gebruikelijke Mouton-zoetheid bijna over. Zo komt het neusbeeld bijna vulgair over. In de mond een overdonderend vet ding, dat de balans net aan weet te houden, in de nasmaak vervolgens veel romige Cabernet en verrassend veel potentieel met voldoende terroirtonen. Zijn drinkrijpheid zal zeer lang duren en op een gegeven moment zal hij waarschijnlijk smaken als een Mouton-mix van 1947 en 1959. (19/20). 14: Discreet oplichtend granaat, zekere buitenrand. Helss bouquet, met veel gekonfijt fruit, redcurrant, honingtoetsen, vijgen, snoeperig tot confituurachtig fruit, betoverend en bedwelmend. In de mond dicht met een enorme zoetconcentratie, Quality Street-snoepjes, dus vruchtenpuree en pralines, een vleugje frambozenyoghurt, romige, weelderige finale. Pure erotiek en dat bijna in overmaat. Je zou hem eigenlijk ook in een oversized Bourgogneglaas kunnen serveren. (19/20). 15: Middel-donker wijnrood, donkere kern. Verpletterend bouquet, ook al ruikt het momenteel meer naar Tempranillo, respectievelijk Ribera del Duero in de grondtonen, zeer wijd uitwaaierend, sandelhout en middeldonker karamel. In de mond is hij vol, romig en voorzien van een droomachtige dichtheid, de adstringentie toont veel harmonie. Het is galant van A tot Z en zal uiteindelijk wel op zijn eigen 1959 lijken. (19/20). 16: Zoet, pruimen, kokos, pralines, op de een of andere manier ruikt hij als een bijna ordinaire Pomerol. (19/20). 16: Dat was de laatste fles van een reeks van acht. En we waren met z’n vieren. Waar is nu ook alweer mijn pen… (19/20). 18: Nog steeds zeer donker granaat met volle kern. Moutig-chocoladeachtig bouquet, komt pruimig en wijd over. Toont nasaal duidelijk de warme tonen van het jaar. Pas in tweede instantie komen er wat frissere Cabernet-sporen en tonen van gedroogde keukenkruiden op de achtergrond bij. In de mond drinkt hij als een vloeibare Pauillac-praline, romig, weelderig en zacht van stroming. De Mouton-erotiek is er, maar het jaar heeft hem een vrij groot deel van zijn typiciteit gestolen. Een soort blend van 1947 en 1959, wat zijn hoge niveau niettemin bevestigt. (19/20). 21: Violet-zwart. Het eerste neuscontact hoort eigenlijk al bij de narcoticabrigade. Of, plat gezegd, je zou kunnen kiezen tussen «geil» en «ordinair». Sorry, maar in deze vorm maak je een Mouton in de regel nooit mee. Het bouquet: koffie, pruimen, pralines, kokosschaafsel en vanillezaadjes zonder einde, zeer wijd en extreem vol. In de mond gaat het precies zo verder, in ieder geval tussen opulent en log, een wijncrème met aroma’s van Cabernet-likeur. Van alles wat je wilt, bijna te veel. Tijd in verdere opvoeding zal hem waarschijnlijk nog wat afslanken. Dat heeft hij dringend nodig. Straffen wil ik hem niet. Maar één glas is me momenteel meer dan genoeg. (19/20).