René Gabriel
De beste flessen zijn 17/20 punten waard. Maar veel indrukken schommelden tussen 15/20 en 16/20 punten. Uit mijn kelder in 1988: een geurig, evenwichtig bouquet met een toets abrikoos. In de mond vol van stof, met wat tannineresten. Een Sauternes die meer inzet op elegantie en finesse. In 1991 in België gedronken: hij gaf eerder weinig plezier. Ik geloof steeds meer dat bij Yquem 1970 de etiketten met die van Fargues zijn verwisseld. Want Fargues is beduidend beter, terwijl de d’Yquem ’70 steeds droger en stroperiger wordt. Een jaar later: florale neus, pimpernel, krijt; teer en breed uitwaaierend, na 30 minuten komen hars- en dennennoten, lichte karamel, eerder terughoudend, honing. In de mond een fijne capsuletoon die storend werkt; aan de buitenkant smeltend, vanbinnen leerachtig. Werd door het publiek hoger gewaardeerd. Hij mist vooral zoetheid. De krijtachtige tonen nemen steeds meer de overhand; de mond wordt capsulig. Een teleurstellende d’Yquem. Als afsluiter van een uitgebreide ’70-roodwijnproeverij in 1995 deed hij dit verder best geslaagde jaar weinig eer aan. 98: rijpend goudgeel met botrytisglans. Open, confituurachtig bouquet; ondanks de intensiteit eerder simpel. In de mond te weinig zuur, een wat plakkerige vloei, fijne bitterheid in het extract; rijpt te snel om een grote ontwikkeling te kunnen doormaken (17/20). 05: als zoete afsluiting bij een truffeldiner. Peperige neus met een ongekend pittige botrytis; doordat de wijn eronder droog-zoet is, komt het neusbeeld bijna wat scherp over. In de mond toont hij een polariserende zoetheid en zuren: dat maakt hem intens, maar ontneemt ook een beetje harmonie. Aromatisch lijkt hij er nog bij te winnen. 10: ik serveerde deze wijn naast Rieussec en Lafaurie-Peyraguey in het Sempacherhof. Zo kon hij zijn demonstratieve grootsheid, respectievelijk het verschil met de andere Sauternes, indrukwekkend laten zien. Hier is geen haast geboden (18/20). 12: stralend goudgeel, lichter wordende rand. Het bouquet is op de een of andere manier wat houtig; de zoetheid voelt zo droog aan, maar ook verrassend geconcentreerd: gekaramelliseerde sinaasappelschil, gembertonen. In de mond veel mout, het extract licht stroef, oogt wat onaf en toont helaas heel fijne capsuletonen in de finale. De neus is duidelijk beter dan de mond. 1970 was ook geen Sauternesjaar! Of een slechte fles? 21: de donkerste kleur van alle geproefde Sauternes in deze reeks van vier (Climens, La Tour Blanche en Guiraud). Delicaat bouquet: citroenmelisse, oranjebloesem, abrikozencompote, een vleugje bittere sinaasappelmarmelade, gedroogde abrikozen, saffraan, plus duidelijke mout- en karameltonen. Fluweelzachte, volle, bijna opulente mond; het zuur ondersteunt maar net, waardoor deze Yquem in aanpak haast bourgondisch is, met een gebundelde finale. Nu in een prachtige rijpheid en geeft veel plezier op een behoorlijk hoog niveau. Geen echt heel grote Yquem. Maar ik vond hem erg goed, omdat hij boven de concurrentie uitstak. Het belangrijkste: hij kan ook in de komende decennia zorgeloos en zonder stress gedronken worden. Een super fles! (19/20).