René Gabriel
Tijdens een bezoek aan het Château heb ik in 1989 stiekem mijn vinger in het vat gestoken om hem daarna smakelijk af te likken. Zeker te weinig om een geldig oordeel te geven. Maar ik voelde me als een jongetje dat fruit steelt van de boom van de buren.
1993, op het Château, als aperitief genoten met de Comte de Lur Saluces: rijk, weelderig bouquet; vanille, papaja en passievrucht in zeer geconcentreerde vorm, met daarachter een lijmachtige toets van de botrytis. Volle smaak, opnieuw een lichte aanwezigheid van exotisch fruit, rijk met een fluwelige, smeltende vetheid, goede dragende zuren, een gebonden, lange finale. Qua type zeer dicht bij de legendarische ’75.
1997, een halve fles: we waren precies zo lang blij tot we de wijn aan de neus brachten: kurk! Halve fles — volledig chagrijn!
1998, een dubbele magnum in München; weer kurk!!!
99: intens goudgeel. Even intens, fijn bouquet; royaal — honing, boter en een vleugje sinaasappelzeste. In de mond zacht, mollig, mooie volheid, maar op dit moment ontbreekt wat lengte. Neus beter dan mond. (19/20).
07: Arno Sgier van de Traube in Trimbach bood ons een fles aan na een behoorlijk uitgebreide, maar niet uit de hand gelopen drinkpartij. Ik noteerde gekonfijt fruit, engelwortel, acaciahoning en was verbaasd over het vette lichaam; de zuren polariseren licht op de tong, maar balanceren daarvoor des te mooier de toch forse, rijke zoetheid. Ik was zo enthousiast dat ik me voornam de wijn veel hoger te beoordelen dan vroeger en hem minstens 19/20 punten te geven. Op de een of andere manier had ik hem negatief in mijn geheugen verankerd. Maar het waren de vroeger vaak kurkige flessen die me dat deden geloven. Vind je hem in onberispelijke staat, dan is dit een heel grote Yquem — en gezien de prijs zouden misschien alleen insiders dat moeten weten.
08: tijdens een lunch op Yquem. Daarvoor was er de “dikke” 1998. De 1988 kwam daarna bijna filigraan, teer en fijn nerveus over. Het is waarschijnlijk die Barsac-achtige rasse die de klasse uitmaakt van deze bijzonder fijne Yquem, die niet erg zoet overkomt.
09: lunch op Las Cases — een waardige afsluiting van een verfijnde lunch met Wiener schnitzel en huisgemaakte pasta. Dat vind je in Bordeaux verder nergens. (18/20).
12: we dronken hem in Luxemburg naast de volle, elegante 2002. Daarbij kwam hij wat slank en bijna wat draaderig over, al verdient de uitgesproken mineraliteit alle lof. (18/20).
13: zeven kleine, handgeslepen glaasjes met een gouden nectar, uit een 3/8-fles, genaamd 1988 Château d’Yquem, vormden het slot. De kleur vrij donker, met een oranje zweem en licht bruinige reflecties. De neus: suikerdik, rozijnig, honingtonen en koude kamillethee. Ook een vleugje saffraan, maar eveneens iets plantaardigs, heel fijn grassig. De mond vol en rijk, met discreet wat papperige contouren. In de afdronk fijne capsule-achtige tonen met een kruidige maar duidelijk aanwezige, nobele sémillon-bitterheid. Vermoedelijk nu net op een vrij lange piek.
18: behoorlijk goudkleurig en stralend, met fijne oranje tonen vanbinnen. Start met minerale geuren, witte peper, gedroogde abrikozen, hooibloemen, rozijnen en gedroogde vijgen. In de mond krachtig en enerzijds met zuren, anderzijds met een behoorlijk intense zoetheid. Op de een of andere manier lijkt hij — ondanks zijn aangekondigde grootsheid — zijn harmonie nog niet helemaal gevonden te hebben. Het was echter duidelijk de krachtigste en misschien ook de meest bewaarpotente wijn in deze Sauternes-reeks. (18/20).
20: al vrij donker goudgeel met okerreflecties. Intens, kruidig bouquet, gekonfijte schillen van kumquats, bloedsinaasappels en harsachtige tonen. In tweede aanzet: rozijnengeur en florale tonen (pimpernel). Het neusbeeld is op een of andere manier “droogzoet”. In de mond dansend, hoog aromatisch en op zichzelf nog vrij jong. De balans is prachtig en zo toont deze door mij tot dusver eerder onderschatte, finesse-rijke d’Yquem zich vandaag zeer elegant, met een schitterende lengte. Dit was tot nu toe de beste fles! (19/20).